Oratie hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter"Ik zeg tegen alle Wilders-stemmers: ga eens naar een gevangenis, laat je voor een week opsluiten, dan weet je hoe het voelt"
Even wat zaken recht zetten. Eén: de Nederlandse gevangenis is geen hotel maar eerder een moderne kerker. Twee: meer cellen maken de samenleving niet veiliger. Drie: alleen straffen en lik-op-stuk-beleid bij jeugdcriminaliteit werkt niet. Vier: de meeste zware criminelen zijn niet bad maar mad. Vijf: de kennis en expertise van psychologen en psychiaters die psychisch gestoorde gevangenen moeten diagnosticeren en behandelen, is vaak onder de maat.
Prof. Corine de Ruiter, die komende vrijdag met haar oratie de leerstoel forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht officieel aanvaardt, is niet bang voor duidelijke of politiek incorrecte uitspraken. Zij past daarmee naadloos in de prille, maar niettemin stevige Maastrichtse traditie die harde kritiek op misstanden bij justitie en in het gevangeniswezen niet schuwt. "De Maastrichtse maffia", lacht ze, als ze de namen van haar collega-psychologen Crombag, Van Koppen en Merckelbach opnoemt.
Twintig jaar geleden stond Nederland nog bekend om zijn humane strafrecht, legt De Ruiter uit. Maar onder druk van terreuraanslagen, de moorden op Van Gogh en Fortuyn en politici als Wilders, Eerdmans en Verdonk, heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden. Sinds 1985 is het aantal gevangenen per 100.000 inwoners verviervoudigd; sinds 1994 steeg het aantal TBS-bedden in forensisch psychiatrische inrichtingen van 650 naar ruim 1600 in 2005. Het regime in die gevangenissen is er niet leuker op geworden. Arbeid en onderwijs zitten niet meer in het standaardpakket, veel gedetineerden mogen nog maar één uur per dag hun cel uit, reïntegratietrajecten in de bajes zijn er slechts voor de happy few, en op de bewaking is zo bezuinigd dat een praatje er niet meer in zit, laat staan een goed contact met degene achter de stalen deur.
Van kwaad tot erger
De bouw van cellen gaat mede onder druk van de publieke opinie door, constateert De Ruiter, terwijl wetenschappelijk onderzoek keer op keer laat zien dat een gevangenisstraf vaak een ongezonde uitwerking heeft op de gedetineerden en bewakers en professionals die er werken. Het is dan ook de hoogste tijd, vindt ze, dat Nederland gaat inzien dat dit repressieve beleid - onder andere uit de koker van de vorige minister van justitie, Piet Hein Donner - de criminaliteit niet zal stoppen, laat staan de samenleving veiliger maken.
Ze wijst op een onlangs verschenen rapport van het ministerie van Justitie. Conclusie: 62 procent van de jongeren die zijn ontslagen uit een jeugdgevangenis pleegt binnen vier jaar opnieuw een misdrijf. Het gaat dan meestal niet om het achteroverdrukken van een paar sloffen sigaretten of fietsen, maar om delicten waarvoor een rechter vier jaar of meer kan geven, bijvoorbeeld zware mishandeling of een zedendelict. Ook noemt ze het in 1999 verschenen Groningse proefschrift Laat maar zitten: "De promovenda onderzocht de gevolgen van korte vrijheidsstraffen tot zes maanden. We hebben het over volwassenen die een keer op het werk hebben gefraudeerd of in een dronken bui iemand in elkaar hebben geslagen. Meestal is er niet zo heel veel aan de hand, het gaat vaak om gewone huisvaders. Maar na die zes maanden is het een ander verhaal: hun partner is in veel gevallen vertrokken, ze zijn ontslagen en mede daardoor volledig gedemoraliseerd. De kans dat ze aan lager wal raken en opnieuw een delict plegen is groot."
"Ik zeg tegen alle Wilders-stemmers: ga eens naar een gevangenis, laat je voor een week opsluiten, dan weet je hoe het voelt. We moeten hiermee stoppen, als het enigszins kan moet een gevangenisstraf vermeden worden, de schade die je de gevangenen en de maatschappij toebrengt is enorm. Het wordt van kwaad tot erger. Natuurlijk, ik vind ook dat deze veroordeelden de schade moeten herstellen. Maar laat die huisvaders bijvoorbeeld een jaar lang ieder weekend in een bejaardenhuis werken." En de jeugd: het zou veel beter zijn, zo schreef ze onlangs (samen met kinderarts Ferko Öry) in een ingezonden stuk in dagblad Trouw, als Nederland en masse zou kiezen voor behandelingsprogramma's voor jeugdige ontspoorden die effect blijken te hebben, onder meer in Noorwegen, Denemarken en de VS. "Voorkomen is natuurlijk nog beter en bovendien minder duur. In Amerika is een Parent Management Training programma ontwikkeld dat vruchten afwerpt. De kinderen van ouders die dit volgen, zijn op lange termijn minder agressief, minder crimineel en hebben minder criminele vrienden."
Kolossale fouten
"Als in Nederland twee mensen tegen je getuigen, mag de politie je oppakken. Als dat gebeurt, moet je hopen op faire politiemensen, een goede advocaat en een integere rechter. En dat is vaak al te veel van het goede." Nee, op een blind vertrouwen in het Nederlandse strafrecht valt Corine de Ruiter niet te betrappen. Het rammelt, er worden kolossale fouten gemaakt. "De goeden niet te na gesproken, maar ik heb heel nare dingen gezien." Zoals de schizofrene man die volledig in de war een verkrachting en moord bekende op een meisje terwijl zijn DNA niet overeenkwam met het aangetroffen sperma. "Hij was zo gek als een deur, de politie moet daar alert op zijn, zou kennis moeten hebben van psychiatrische aandoeningen. De man is tot twee keer toe veroordeeld, pas na cassatieberoep werd hij vrijgesproken." Of Kees B. die op 8 maart 2002 in hoger beroep 18 jaar gevangenisstraf en TBS (terbeschikkingstelling) kreeg voor de moord op Nienke, voor de Schiedammer Parkmoord. "Hij heeft één keer bekend, tijdens het politieverhoor. Daarna ontkende hij en ook zijn DNA matchte niet. Toch oordeelde het Pieter Baan Centrum (PBC: de psychiatrische observatiekliniek voor het gevangeniswezen) dat hij gestoord was en dat er een duidelijk verband was tussen die stoornis en het delict. Hij had geluk dat Wik H. uiteindelijk gepakt werd voor een andere zaak en de moord op het meisje bekende, anders zat Kees B. nog vast. Een justitiële dwaling."
Catch 22
Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Dat beseft De Ruiter als geen ander. "Maar leer van die fouten, trek lering uit die dwalingen." Een bijscholing in psychiatrische stoornissen zou voor politieagenten en rechters nuttig zijn, tegelijkertijd zouden ook veel psychiaters en psychologen, werkzaam in het forensische veld, hun expertise moeten uitbouwen. "De forensische psychologie is een specialisme. Wie als klinisch psycholoog bij de Riagg werkt, krijgt te maken met cliënten die last hebben van depressies, angsten, ze willen hulp. Gedetineerden komen niet uit vrije wil, ze willen niet geholpen worden en hebben bovendien belang bij de uitslag van het onderzoek. Tel daar de vaak zeer complexe problematiek bij op - denk aan een verslaafde met een psychose en antisociale persoonlijkheidskenmerken - en je weet dat dit vak niet alleen kennis vereist van psychische stoornissen, maar ook van hun mogelijke samenhang met geweld, en van verschillende diagnostische methoden. In 2000, toen ik mijn oratie hield als hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, heb ik gepleit voor evidence based practice in de diagnostiek en behandeling van psychisch gestoorde delinquenten, in alle fasen van de rechtsgang. Soms is dat bewijs niet voorhanden, maar de professional dient op zijn minst transparant, toetsbaar en gestructureerd te werk te gaan, zodat inzichtelijk wordt hoe en waarom hij tot een besluit of advies gekomen is."
Dat dit zeven jaar later niet de dagelijkse praktijk is, blijkt onder andere uit de casus van de Anjummer pensionmoorden die De Ruiter onlangs onderzocht. Hoofdrolspeler is pensionhoudster Marjan van der E. die in 1998 werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf plus TBS met dwangverpleging voor de moord op twee mannen. De lichamen waren in de buurt van haar pension in Anjum gevonden. Marjan van der E. werd aangehouden nadat de politie was getipt door de plaatselijke houthandelaar, maar heeft altijd iedere betrokkenheid ontkend.
De Ruiter nam opnieuw twee psychologische testen (de MMPI-2 test en de Rorschach Inktvlekken Methode die samen belangrijke informatie verschaffen over een eventueel psychotisch ziektebeeld) af bij de veroordeelde en vergeleek haar uitslagen en conclusies met die van de psychologe van het Pieter Baan Centrum, wier diagnose een belangrijk bewijs voor de rechter was. Waar de PBC-psychologe een vrouw aantreft die lijdt aan een " psychotische stoornis" die haar vermogen tot "agressieregulatie en haar gewetensfunctie vergaand aantast" en bij wie de kans op recidive groot is, ziet De Ruiter een "stabiele" vrouw die beschikt over een "adequate realiteitstoetsing" en "met een bovengemiddelde frustratietolerantie en doorzettingsvermogen, ook wanneer ze met tegenslag wordt geconfronteerd. Ze zal niet snel emotioneel of impulsief uitageren."
De Ruiter spreekt van "grove fouten in de scoring" van de testen door het PBC, "een gebrek aan transparantie in de onderbouwing van de diagnostische uitspraken", een zeer subjectieve interpretatie van testgegevens en observaties die een sfeer ademen van confirmatory bias: alle gedrag in het heden wordt geïnterpreteerd in het licht van de aanname dat Marjan van der E. de dader is.
Of de veroordeelde ook daadwerkelijk de moorden heeft gepleegd, kan De Ruiter niet beoordelen. "Maar na tien jaar ontkent ze nog steeds. En wie niet bekent, kan niet behandeld worden en dus houdt de TBS niet op. Marjan van der E. zit in een Catch 22." Om te besluiten: "Ik heb jaren in de Van der Hoeve kliniek in Utrecht gewerkt en weet dat deze situatie ook heel lastig is voor de mensen die er werken."
Hoop
Er gloort ook hoop, zeker. Betere methoden van risicotaxatie (kan/mag een TBS-patiënt met verlof?) hebben de transparantie vergroot, verklaart ze. "We hebben instrumenten ontwikkeld die het risico van recidive veel nauwkeuriger voorspellen." De HCR-20-methode, een in Canada ontwikkeld risicotaxatie richtlijn, is in Nederland gevalideerd en wordt nu in de TBS sector toegepast.
De Ruiter gebruikte de methode om Nederlandse TBS'ers te beoordelen die begin jaren negentig op vrije voeten kwamen. Die vrijlating gebeurde op basis van een klinisch oordeel van gedragskundigen, dat, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, feilbaar is. "62 procent van degenen die hoog scoorden op de checklist pleegde na zeven jaar een zeer ernstig delict. Van degenen die laag scoorden verviel niemand in herhaling." Veel serieuze misdaden hadden dus voorkomen kunnen worden, luidt haar conclusie, en daarmee een hoop onrust onder de bevolking
Bad of Mad
Nog een laatste punt. Het overgrote deel van de gevangeniscellen wordt niet bevolkt door inherent slechte misdadigers die in staat zijn zelf verantwoordelijkheid te dragen voor hun misdaden, betoogt De Ruiter in haar oratie. "Ik kom zeker een keer per week in de gevangenis. De meesten, zo niet alle gevangenen, zijn niet bad, maar mad." Oftewel psychisch ziek en dat betekent dat zij niet in een gevangenis thuishoren, maar in een (forensisch) psychiatrische inrichting. "Voor angst- en eetstoornissen hebben we speciale klinieken, maar voor allerlei vormen van delinquent gedrag geven we in onze gevangenissen nauwelijks hulp, laat staan specialistische. Hoe komt dat? Antisociaal gedrag wordt gezien als de verantwoordelijkheid van de persoon zelf. Een depressie of een angststoornis is niet je eigen verantwoordelijkheid, daar kun je hulp voor krijgen." Terwijl neurowetenschappelijk onderzoek uitwijst dat deze groep 'gestoorden' - in eerste instantie - ook niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor hun gruwelijke beslissing die leidt tot een misdaad. "Er is via experimenten aangetoond dat beslissingen het resultaat zijn van onbewuste, automatische neurale processen." Maar betekent dit dat ook de psychopaat vrij uit gaat? Dat de bodem onder het strafrechtstelsel - die uitgaat van eigen verantwoordelijkheid - wordt weggeslagen? Dat straks iedereen die een diefstal, moord of roof op zijn geweten heeft, kan roepen: ik kan er niets aan doen, ik werd gestuurd door onbewuste processen en hoor niet in de gevangenis?
Nee, klinkt het met nadruk. Alleen de eerste keer dat een schizofreen door stemmen in zijn hoofd tot een nare daad wordt gebracht, is hij niet verantwoordelijk. "Maar zodra hij in behandeling is, medicijnen krijgt en wordt voorgelicht over zijn ziekte en hoe daarmee om te gaan, is hij verantwoordelijk. Zodra je er weet van hebt, ben je verantwoordelijk. Je bent dan response-able." En nee, die psychopaat moet achter slot en grendel om de rest van de samenleving tegen hem te beschermen. Maar de gevangenisstraf zal hem niet op het rechte pad brengen, waarschuwt ze. "Een psychopaat heeft allerlei breinafwijkingen en is daardoor ongevoelig voor de emoties van bijvoorbeeld het doodsbenauwde kassameisje dat hij bedreigt, maar ook voor een gevangenisstraf. We zullen verder moeten zoeken naar behandelingsmethoden. Tot die tijd moet hij zitten."
"Ik ben heel pragmatisch. Moeten we zo hard luisteren naar het slachtoffer dat wraak wil en de dader achter slot en grendel wil, terwijl we weten dat dat niet werkt? Moeten we niet kiezen voor de weg die onze maatschappij veiliger maakt?"
Riki Janssen
De oratie van prof. Corine de Ruiter 'Ik heb niets beters te doen' is vrijdag 28 september om 16.30 uur in de aula aan de Minderbroedersberg
| bovenkant pagina |
© Observant, © HOP | laatst gewijzigd: 27 september 2007