Stelling: het ego van Mart Smeets is groter dan de Olympische Spelen
"Ik begrijp niet waarom hij zo populair is"
Mart Smeets, wie kent hem niet. Een beetje sportevenement en hij is beeldvullend aanwezig. Nu dus bij de Olympische Spelen, waar hij het schaatsen verslaat en 's avonds te zien is in Caffe Torino, liefst met de winnaars van die dag, of anders wat grootheden uit vroeger tijden. We bellen een paar psychologen die enig licht kunnen doen schijnen op zijn ego. Smeets is een fenomeen, zijn publiek valt te verdelen in aanhangers of haters.
Michael Capalbo van neurocognitie: "Ik kijk niet, ik heb geen televisie. Maar Smeets ken ik wel, soms zie ik hem bij vrienden. Hij kan wel wat, maar hij is er zelf zo van doordrongen, hij vindt dat hij onmisbaar is hè. Laatst las ik in het Volkskrant magazine een interview met hem, daar was hij iets bescheidener, hij trad de interviewer met open vizier tegemoet. Weet je wat het is, ik heb gebasketbald, net als hij trouwens, en daar heb je altijd mensen die zeggen: 'geef mij die bal'; maar als ze er dan ook wat mee kunnen, is het dan nog steeds arrogantie? Dat is dan weer moeilijk."
Hans Crombag, emeritus hoogleraar rechtspsychologie gaat net aan de lunch tijdens een symposium in hotel L'Empereur: "Waarom bel je mij daar nu over? Ja, ik zie die Smeets wel eens, en inderdaad, dat ego is onmetelijk. Ook die overspannen manier van praten over sport en over prestaties. Ik zag laatst dat meisje Wüst, en mevrouw Timmer, je ziet, ik ben op de hoogte; die bespreekt hij - waar ze bij zijn - alsof ze buitengewoon slimme en sympathieke personen zijn. Hij praat dan alleen maar in superlatieven, maakt ze groter dan de werkelijkheid, en boven dat alles torent hij dan weer uit. Ja, hij houdt er niet van om tegengesproken te worden, maar dat lukt ook bijna niemand want hij is het grootste deel van de tijd zelf aan het woord. Een rare man, ik begrijp niet waarom hij zo populair is; hij is praatziek, oppervlakkig, over het paard getild, dan zou je toch denken dat hij de meest onpopulaire figuur van Nederland is. Maar schrijf dit nu maar niet op joh, hoe heb je me hier eigenlijk gevonden? Via mijn vrouw? Ik zal haar vanmiddag eens toespreken."
Jeffrey Roelofs van het departement medische, klinische en experimentele psychologie: "Nou, ik vind dat hij het wel goed doet eigenlijk. Tijdens de wedstrijden, met Ria Visser, daar valt me haar gezichtsexpressie op. In haar ogen zie je humor, maar ook irritatie. Ze moet wel vechten om haar punt te maken. Ja, Smeets is iemand die zichzelf graag hoort; wat zou dat kunnen zijn, narcisme? Misschien wel. Ach, zo lang hij niet te lang in beeld is stoor ik me er niet aan. Ik moet ook wel om hem lachen. Hier in de groep hebben we het trouwens niet over de Olympische Spelen. Waar dan wel over? Onderzoek natuurlijk."
(Even later mailt hij: "Wat me nog te binnen schoot over onze Mart: wat is het eigenlijk toch heerlijk om met een bord eten op schoot naar het schaatsen met Mart Smeets te kijken! Gevangen tussen liefde voor de sport en zelfliefde. Een man van cliché's. Ik mag dat wel. Als we allemaal zo zouden zijn, dan zou depressie toch de wereld uit zijn? Hoop dat je er iets mee kunt, Jeffrey"
Wammes Bos
| bovenkant pagina |
© Observant, © HOP | laatst gewijzigd: 23 februari 2006