Voorvechter van probleemgeoriënteerd onderwijs vertrekt
Goeroe, apostel, mafiabaas
Dat Wynand Wijnen ooit hoogleraar onderwijskunde zou worden stond niet direct in de sterren geschreven. Eerst volgde hij, als telg uit een talrijk en goed-katholiek Limburgs gezin, de priesteropleiding. Hij vertrok halverwege, op zijn vierentwintigste, van het Roermondse Groot-Seminarie. Niet vanwege een geloofscrisis, maar gewoon omdat hij er niet "lekker meer in zijn vel zat", vertrouwde hij ooit aan Observant toe.
Dat gevoel zal hij in zijn ware roeping, de onderwijspsychologie, niet meer gehad hebben. Wie Wijnens curriculum bekijkt, ziet een lange rij van functies in en rond het hoger onderwijs, en de laatste jaren ook het voortgezet onderwijs.
Het heeft hem op zijn minst een solide reputatie opgeleverd, groter dan menigeen in deze universiteit zich wellicht realiseert. Niet voor niets wordt hij vaak omschreven als de onderwijsgoeroe van Maastricht en meer en meer ook van het gehele land. Prof. Cees van der Vleuten, al geruime tijd zijn opvolger als leider van de vak/capaciteitsgroep onderwijsontwikkeling en onderwijsresearch, noemt hem "een apostel, een voorvechter onder de pioniers. Dat hij in Intermediair wordt beschreven als hoofd van de vaderlandse onderwijsmafia zegt ook wel iets. Dat roepen ze niet over iedereen".
Het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs wijdt dezer dagen een themanummer aan Wijnen, en in tenminste een van de bijdragen wordt iets serieuzer omschreven wat zijn betekenis is. Wijnen hoort zeker thuis in het lijstje van invloedrijke naoorlogse vernieuwers van het Nederlandse onderwijs als Cals, De Groot en Posthumus, schrijft de auteur. Die hier in Maastricht overigens geen onbekende is: Henk Schmidt, tegenwoordig hoogleraar bij psychologie, maar ooit begonnen als medewerker van het eerste uur bij de nieuwe afdeling van Wijnen, onderwijsontwikkeling en onderwijsresearch. Ruim twintig jaar waren ze lid van dezelfde (vak)groep. Schmidt: "Wynands verdienste is het geweest dat hij de ideeën die ze in Canada, bij de McMaster universiteit hadden uitgewerkt over problembased learning, van een onderwijskundig kader heeft voorzien. Het centraal stellen van de student, dat sprak hem aan. Vervolgens heeft hij er wel wat aan veranderd en toegevoegd. Korte blokken (aanvankelijk vier weken, in Canada waren dat er tien), geen concurrerend onderwijs als zon blok liep, zodat iedereen zich er maximaal op kon concentreren, en vooral de voortgangstoets. Dat is zijn grote ontdekking, een intellectuele prestatie van formaat. Ik hoorde er voor het eerst van tijdens een bezoekje bij hem thuis, met Peter Bouhuijs, ook van O&O. Een briljant idee. Dit maakte een einde aan het ongewenste toetsgericht studeren. Dat die VGT later onder vuur is komen te liggen is iets anders. Hij functioneert alleen maar goed als het een summatieve toets is, die dus punten oplevert, waarbij de bloktoetsen formatief, dus alleen informerend zijn. Maar omdat visitatiecommissies het niet begrepen en ook omdat de studiefinanciering is veranderd en er periodiek punten moeten worden gescoord, is de positie van de VGT hybride en dus onduidelijk geworden. Dan kwijnt zoiets weg."
Wijnen mag dan een sterke reputatie in onderwijsland hebben, hem kleeft ook het odium van dogmatisme aan. Van der Vleuten: "Hij is een apostel. Hij heeft voor een paradigmaverschuiving in het hoger onderwijs en nu ook in het voortgezet onderwijs gezorgd, Ritzen en Netelenbos liepen met hem weg. Dus dat dogmatisme vind ik heel goed, zo moet hij blijven."
Maar Schmidt heeft dat nooit zo ervaren: "Ik vind hem juist heel flexibel. Hij heeft echter wel goed begrepen dat je om een innovatie door te zetten, vast moet houden aan je uitgangspunten. Als je gaat schuiven blijft er niets van over. Maar dogmatisch, nee, dat waren wij, de jonge medewerkers, veel meer. Wij geloofden er met hart en ziel in. We waren echte gelovigen, zonder veel oog voor de context waarin je zon systeem moet uitvoeren."
Te optimistisch
Dat kwam pas later, vertelt Schmidt, toen hij steeds verder wegdreef van Wijnens visie. Schmidt: "Ik vind hem te optimistisch over de menselijke inborst. Hij vertrouwt op de goede wil, ook van studenten. Als je maar de juiste condities schept, dan studeren ze wel. De calculerende student, de homo economicus, daar had hij te weinig oog voor. Ik vind dat je studenten meer onder controle moet houden. Kijk, dat het nu probleemgestuurd onderwijs heet, dat is mijn uitvinding. Eerst heette het probleemgeoriënteerd. Wynand vond die verandering bedenkelijk. Zit daar niet een beetje te veel sturing in?, zei hij."
Ook het leren te leren-concept vertoont de trekken van Wijnens grote vertrouwen in de mens, van de "eindeloze maakbaarheid van het onderwijs", zegt Schmidt. "Wetenschappelijk is dat concept nauwelijks onderbouwd, het heeft geen empirische basis."
Leren te leren bestaat niet, betoogt Schmidt in het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, het is een hype. Je kunt geen methode aanleren om problemen op te lossen. Wat nodig is, is kennis. "Het vermogen in een bepaald domein problemen op te lossen wordt geheel bepaald door wat men van dat domein weet", schrijft hij.
Dat Wijnen zo "goed van vertrouwen" (Schmidt) is, heeft zich ook in de universitaire politiek wel gewroken. Vooral in de periode dat hij rector magnificus was, van 79 tot 81, is hij regelmatig op de koffie gekomen, klinkt het van verschillende kanten. Bovendien was hij in diezelfde tijd ook nog bouwdecaan van de nieuwe algemene faculteit, het latere gezondheidswetenschappen.
Edward Steur, tegenwoordig bestuurslid bij geneeskunde:" Ik geloof niet dat hij ervan genoot. Als ik me goed herinner waren er wel botsingen in die periode, bijvoorbeeld met Greep, de decaan van geneeskunde." Van der Vleuten noemt het "een sombere periode".
Te klein
In de loop van de jaren tachtig werd Wijnens bemoeienis met de Maastrichtse universiteit gaandeweg kleiner, ten gunste van zijn landelijk optreden. Meer en meer droeg hij zijn ideeën uit, bracht hij de filosofie achter het pgo elders aan de man. "Maastricht werd te klein voor hem", zegt Van der Vleuten.
Maar wat de juridische faculteit betreft had Wijnen zich nog wel wat meer met de zending binnen de eigen instelling mogen bemoeien. Prof. Hans Crombag, voorheen onderwijspsycholoog te Leiden, daarna rechtspsycholoog te Maastricht, vindt dat Wijnen zich te veel op de medische faculteit heeft geconcentreerd. Zeker, hij erkent Wijnens grote verdienste voor de verankering van het pgo bij geneeskunde. "Hij heeft die hele faculteit achter het model verenigd, dat is geen enkele andere onderwijsonderzoeker gelukt in dit land. Je kunt zelfs zeggen dat de Universiteit Maastricht onderwijskundig gezien Wynands universiteit is. Maar toen we bij rechten vroegen om ondersteuning bij het pgo in onze faculteit, omdat we het wiel niet opnieuw wilden uitvinden en zij al die knowhow in huis hadden, was dat heel moeilijk. Helaas is bij de juridische faculteit altijd onvoldoende in onderwijsontwikkeling geïnvesteerd. We wilden iemand lenen, ik herinner me een geagiteerde en geïrriteerde discussie daarover. Ik moest niet zeuren, begreep ik. Ja, hij heeft ons in de steek gelaten, ons laten modderen. Op de gang van zaken bij rechten hebben Wynand en zijn mensen geen noemenswaardige invloed gehad."
Wammes Bos
[bovenkant pagina]
© Observant, © HOP | laatst gewijzigd: 15 december 2005