Directeur Le Pair verlaat onderzoeksfinancier

‘Toponderzoekscholen zijn het stomste wat er is’

Kees le Pair vertrekt bij techniekfinancier STW. De directeur met de grote mond gaat zeezeilen. Maar totdat hij voorgoed zijn anker licht, blijft hij zich kwaad maken over het Nederlands wetenschapsbeleid: "Hermans moet onmiddellijk met die toponderzoekscholen stoppen."

Markant en eigenzinnig: het lijkt een cliché, maar als er iemand is op wie deze kenschets van toepassing is, dan is het dr. C. le Pair. Vanaf de oprichting in 1981 stond hij aan het roer van technologiestichting STW. Binnenkort vertrekt hij. In de afgelopen achttien jaar werd hij geroemd om zijn deskundigheid, maar gevreesd om zijn onverbloemde kritiek. Zijn nalatenschap is niet gering: van een subsidieverstrekker in de marge heeft hij STW omgevormd tot mega-financier van toepasbaar universitair onderzoek.

STW is een vrijgevochten dochter van de onderzoeksorganisatie NWO. NWO subsidieert zuivere wetenschap, STW is er voor het toegepaste, technisch onderzoek. Maar wie denkt dat het STW-geld vooral bij de technische universiteiten terecht komt, heeft het mis. Gedrieën krijgen die ruim de helft van het budget. Ook de andere universiteiten halen vele miljoenen binnen. Als de wetenschappers maar aan de STW-voorwaarden voldoen: onderzoek moet niet alleen origineel zijn, maar ook nuttig. Daarom is het bedrijfsleven bij veel STW-projecten betrokken.

Vier miljoen bedroeg het budget van de technologiestichting bij de oprichting. De komende jaren heeft STW jaarlijks 93 miljoen te besteden. Niet alleen in financiële zin is de geschiedenis van STW een succes. De stichting hanteert een heel eigen methode om onderzoek te selecteren. Geen commissie van deskundigen beoordeelt de aanvragen, maar een telkens wisselende, anonieme jury van leken. Daardoor geen gelobby en vriendjespolitiek. En het werkt: STW blijkt een fijne neus te hebben voor kansrijk onderzoek. Het bedrijfsleven loopt met de technologiestichting weg. "STW is een succesformule, en dat is het", aldus Le Pair.

Flauwekul

Le Pair heeft geen goed woord over voor het onderzoeksbeleid van voormalig minister Ritzen. Diens opvolger Hermans heeft door één voornemen van Ritzen al een streep gehaald: het plan om 500 miljoen gulden aan onderzoeksgeld weg te halen bij de universiteiten en in beheer te geven van NWO is geschrapt. Le Pair geeft Hermans groot gelijk. "Volkomen flauwekul", noemt hij de gedachte dat NWO dat geld vele malen beter besteedt dan de universiteiten.

Als het aan Le Pair ligt, laat Hermans het daar niet bij. Ook het beleid om een aantal toponderzoekscholen aan te wijzen en die vele miljoenen guldens te geven, moet wat hem betreft gestaakt worden. Afgelopen voorjaar zijn de eerste zes toppers aangewezen; die krijgen de komende tijd zo’n 250 miljoen gulden. Dat geld wordt weggehaald bij het andere universitaire onderzoek. "Het stomste wat er is", zegt Le Pair. "Daar moet Hermans onmiddellijk mee stoppen."

Allereerst deugt het plan an sich niet, vindt Le Pair. "Ritzen is negen jaar minister geweest, en komt vlak voor hij weggaat met dat rigoureuze plan. Belachelijk. Wijers had hoge ogen gegooid met de technologische topinstituten, en dus wilde Ritzen ook nog even scoren. Zo zie ik dat." Bovendien, voegt hij eraan toe, wat is er niet kapotgemaakt? "Ruzies, overspannen hoogleraren, eindeloze vergaderingen: er is zeker voor een miljard verouwehoerd. Dat heeft het onderwijs en onderzoek in Nederland een enorme deuk opgeleverd. Voordat je dat hebt terugverdiend ..."

Minstens zo veel kritiek heeft Le Pair op de keus van de zes topscholen. "De selectie door NWO zou bij ons nooit door de beugel kunnen." STW heeft de technische onderzoekscholen in de loop der jaren door tientallen jury’s laten beoordelen. Drie steken volgens Le Pair met kop en schouders boven de rest uit: Dimes (Delft), het Burgerscentrum (Delft, Eindhoven, Twente, Utrecht) en Mesa (Twente). Maar geen van drieën is als toponderzoekschool aangewezen. "Het ergste is dat deze groepen nu kandidaat zijn om geld bij weg te halen. Universiteiten denken nu: al die lof was kennelijk niet terecht."

Over de vier technologische topinstituten die Ritzens collega van Economische Zaken Wijers bedacht, is Le Pair veel minder negatief: "Dat kunnen goede researchcentra worden." Toch had hij liever gezien dat het geld hiervoor (jaarlijks vijftig miljoen) gewoon door NWO en STW was verdeeld. Het toverwoord bij de vier technologische instituten is namelijk samenwerking tussen universiteiten en bedrijfsleven. "Maar die samenwerking is nu al fantastisch. Tachtig procent van de zelfproducerende bedrijven in Nederland hebben wij in onze kennissenkring. Het probleem is echter dat de top van een bedrijf dat vaak niet weet."

Het gehamer op meer samenwerking heeft volgens Le Pair zelfs gevaren. Bedrijven zijn daardoor geneigd hun eigen research-budget te verkleinen met het idee: dat onderzoek doen we gewoon samen met universiteiten. En de overheid heeft een excuus om te blijven snoeien in de onderzoeksbudgetten. Le Pair: "Daar ben ik erg bezorgd over. Jarenlang liep Nederland voorop wat research-uitgaven van de overheid betreft, maar tegenwoordig besteden we anderhalf keer zo weinig als andere westerse landen. Nu merk je de gevolgen daarvan nog niet, en dus is de overheid niet gevoelig voor waarschuwingen. Over vijftien tot twintig jaar gaat het verkeerd."

Begraven

Het is niet alleen de overheid die in Le Pair een geducht criticus ontmoet. Ook de universiteiten zelf zijn regelmatig mikpunt. Bijvoorbeeld vanwege de wijze waarop ze technisch onderzoek beoordelen. "Technisch onderzoek moet je niet beoordelen op basis van wetenschappelijke publicaties. Het draait om de technologische successen. Resultaten publiceren in een internationaal tijdschrift is vaak hetzelfde als ze begraven. Veel bedrijven kijken nooit een highbrow tijdschrift in."

Weg met citatie-indices en ranglijsten met toptijdschriften wanneer het technologie betreft, concludeert Le Pair: "Daar moet slechts marginaal naar gekeken worden." Onderzoeksgroepen moeten beloond worden op grond van de originaliteit van hun werk en het nut voor de industrie of andere gebruikers. "STW waarschuwt de technische universiteiten al jaren, want je ziet het gedrag van wetenschappers in negatieve zin veranderen als ze alleen op hun artikelen beoordeeld worden."

Le Pairs opvolger, de van Shell afkomstige drs. L. Halvers, heeft dus nog veel te doen. Zelf verruilt Le Pair het ene roer voor een ander: in september vertrekt hij voor een zeilreis rond de wereld. "Vanaf mijn jeugd droom ik daar al van, maar het is er nooit van gekomen. Nu is mijn gezondheid nog goed, en daarom wacht ik niet tot ik 65 ben." Vier, vijf jaar verwacht Le Pair weg te zijn. "Als ik in een mooi gebied ben, blijf ik daar tot het me gaat vervelen. Vervolgens zeil ik gewoon weer verder."

HOP, Kees Versluis

 

[bovenkant pagina]


© Observant, © HOP | laatst gewijzigd: 15 december 2005